Spring naar inhoud

1. Werkelijke overheidsschuld

{Geactualiseerd op 8 februari 2026}

§1 Inleiding

Het thema werkelijke overheidsschuld kwam sinds de start van deze website op 8 februari 2012 veelvuldig  aan de orde. Eind 2011, in de nadagen van de bankencrisis 2007-2008, kwam ik dan ook tot de conclusie dat de Nederlandse staat een tamelijk misleidende voorstelling van zaken gaf met betrekking tot de financiële positie van de staat door de belastingclaim op het gestaag groeiende pensioenvermogen (eind 2011 € 956,6 mld.) te verdonkeremanen in zijn statistieken en hier verder geen woord aan vuil te maken. Dat begon mij danig te irriteren en was voor mij de reden om deze site op te starten.  De Nederlandse bank hield in die tijd de uitstekende statistiek Tabel 11.1 Vermogenscomponenten van Nederlandse huishoudens bij, die toen het CBS de vermogensstatistiek overnam werd opgedoekt. Gelukkig heb ik nog de versie uit 2016 bewaard. [1]  Het CBS hield die cijfers goed verborgen omdat het pensioenvermogen toch niet relevant was voor het vermogen huishoudens. Het pensioenvermogen stond immers niet vrijelijk ter  beschikking en was daarnaast niet overdraagbaar. Als die redenatie voor de burger gold dan gold die zeker voor de staat. Met de omvang van dit pensioenvermogen werd duidelijk dat de staat een substantiële belastingclaim buiten zijn boeken hield, maar wel bleef wijzen op de deplorabele stand van ’s Rijks schatkist en de rentelast die de staatsschuld met zich meebracht. Eerst in 2022 met de publicatie IBO Vermogensverdeling Licht uit, spot aan: de vermogensverdeling  werd, zover ik kan nagaan, eindelijk inzicht gegeven in het vermogen van de huishoudens inclusief pensioenvermogen, zij het dat dit vermogen te hoog (bruto) werd weergegeven zonder aftrek van de op dat vermogen rustende belastingclaim, die toch echt de staat toekomt. [5]

Ook Lejour van het CPB hield in die jaren een gloedvol betoog om het pensioenvermogen, mede om het vermogen huishoudens te kunnen vergelijken met het buitenland, wel mee te nemen. Ook hij nam echter dat pensioenvermogen bruto mee en concentreerde zich daarbij op de aansprakenstatistiek van het CBS, die overigens tot praktisch gelijke uitkomsten leidde als de DNB- statistieken indien je even van de algemene reserves van de pensioenfondsen afziet. Het voordeel van de DNB cijfers is dat je die tenminste op de balans van de pensioenlichamen terug kan vinden en dat die cijfers onder toezicht van DNB staan. Het aandeel van de staat in het pensioenvermogen en de omvang daarvan heeft ten onrechte in de discussie, voorzover ik kan nagaan, nooit een rol gespeeld, hoewel dat aandeel door de stijging van de tarieven en de omvang van het pensioenvermogen steeds substantiëler werd  en de omvang van de belastingderving ook nog eens toenam.[3]

In werkelijkheid liep de Nederlandse staat dus geleidelijk binnen zoals de grafiek in §2 laten zien en hebben we sinds 2006 (sic) eigenlijk geen staatschuld meer. De VVD en in het bijzonder de heer heer Rutte [1] heeft aan de cry wolf benadering van onze staatsschuld een belangrijke bijdrage geleverd omdat zijn partij, , als het zo uitkomt, nu eenmaal habitueel een moeizame relatie met de waarheid heeft. [b.v. nareizen] Ook de andere zgn. middenpartijen, het CPB en CBS en natuurlijk onze kwaliteitsmedia, die de officiële overheidscijfers vrijwel kwakkeloos overpenden mogen niet onvermeld blijven en hebben daarmee pakjes boter op hun hoofd. Als je immers bezuinigen en ombuigingen wilt afdwingen dan is het natuurlijk handig om op de oplopende staatsschuld te wijzen daarbij gesteund door het mallote Stabiliteits- en Groeipact, waar Nederland geheel ten onrechte, mee werd en weer wordt lastig gevallen. [9] Het stelde Rutte ook in staat om onder Rutte II de sociaaldemocratie praktisch om zeep te helpen. De dienstdoende PvdA-bewindslieden ondersteunden dit overigens als nuttige idioten zelf en de sociaaldemocratie is er sindsdien niet meer bovenop gekomen.

Om de financiële positie van de overheid meer betekenisvol weer te geven moeten we dus rekening houden met het pensioenvermogen dat eind 3e kwartaal 2025 € 1.896,7 mld. bedroeg. Op dat pensioenvermogen rust dan nog een belastingclaim van ca 35% zodat die claim ca € 663,9 mld. bedroeg, aanzienlijk meer dan de gehele staatsschuld. (€ 493,6 mld.) Aangezien de staatsschuld materieel in de pensioenpot wordt belegd, deelt de staat  ook jaarlijks mee in het rendement op de belastingclaim op het pensioenvermogen dat voor de periode  2007-2024 jaarlijks gemiddeld  2,75 % bbp bedroeg. en dat rendement is ruim voldoende om de rentelast op de staatsschuld op te vangen (idem 1,2% bbp).

Als je uitgaat van een stelselmatige boekhouding gebaseerd op de principes van accrual accounting  en het matching principle dan zou je die claim ook in de overheidsbalans moeten opnemen en daarmee is de overheidsbalans 2024 opgenomen in de MN 2025  met een vermogen van €  400,1 mld. vergaand misleidend. Dat vermogen bedraagt 31/12/2024 immers eerder € 1.064 mld. Die balans is daarnaast misleidend omdat b.v. de voorwaardelijke verplichtingen, waaronder de AOW-verplichting, niet kwantitatief in de overheidsbalans worden toegelicht. Er is veel voor te zeggen om deze AOW-verplichting ook in de balans op te nemen. Houdbaarheidssommetjes- één van de raison d’être van het CPB – kunnen dan verder wel achterwege blijven. Als wij met deze pensioenpot niet aan onze verplichtingen kunnen voldoen, kan de rest van de EU-landen wel helemaal inpakken.

In paragraaf 2 geven we eerst de grafische ontwikkeling van de werkelijke staatsschuld en de belastingclaim op het pensioenvermogen aangevuld met een cijfertabel. In paragraaf 3 gaan we dan nader in op een aantal zaken. De bronnen vind u onderaan deze bijdrage.

§2. Statistieken

2.1. Verloop werkelijke overheidsschuld 1995- 2025
(click op grafiek om te vergroten)

  • Het pensioenvermogen steeg in de periode 1998 – 2025K3 met 6,1% per jaar; het bbp steeg in de periode 1998-2025 met 4,3% per jaar en de overheidsschuld met 2,8 % per jaar.
  • Door de bankencrisis werd in 2008 € 81,5 mld. aan financiële vaste activa door de staat verworven. Die activa werden nadien in belangrijke mate afgebouwd inclusief rendement m.u.z. ABN-Amro. Afgezien daarvan hadden we dus sinds 2006, anders dan ons systematisch werd voorgelogen, geen werkelijke overheidschuld meer. Onder het Stabiliteits- en groeipact (SGP) doe je natuurlijk zelfs niet eens aan dubbel boekhouden, daar hebben die EU-bobo’s nooit van gehoord.
2.2. Relevante data in tabelvorm
(click op tabel om te vergroten

  • Zo de grafiek u nog niet kon overtuigen, wordt het jarenlange gejank over die ondragelijke last op de staatsschuld in deze tabel nog eens in perspectief geplaatst. In de jaren 1995-2013 was er meer reden tot janken door de uiterst hoge rentestand.
  • Het effect van de bankencrisis 2007-2008 wordt duidelijk, maar het snelle herstel daarna ook.
  • De heer Rutte gaf in 2009, toen nog in de oppositie een geheel andere misleidende voorstelling van zaken met een volstrekt lachwekkende prognose [ zie noot 2]
  • Merk op dat in 2022 door de negatieve indirecte beleggingsopbrengsten een bedrag van € 415,6 mld. aan het pensioenvermogen werd onttrokken. Ook de staat deelde in dat verlies mee door de daling van de belastingclaim met € 132,2 mld. (-15,8% bbp)  Noch in de cijfers van het CPB noch in de zgn. kwaliteitspers werd veel aandacht aan besteed aan dit verlies, wel jerimieert men graag over één procentpunt stijging van het EMU-overheidstekort in percentage van het bbp omdat daar de aandacht van de EU-Commissie naar uitgaat.
  • De staat verdiende dus in de periode 2007-2024 netto € 213,5 mld. op zijn staatsschuld en dat inclusief 2022!
  • De houdbaarheidsberekeningen van de overheidsfinanciën door het CPB kunnen ook wel  achterwege blijven. Als Nederland met deze cijfers niet aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen – hetgeen met de huidige Jan Salie geest niet geheel ondenkbaar is – dan geldt dat zeker voor de andere EU-landen die dan al eerder aan hun failissement zijn bezweken.
  • De Nederlandse staat en daarmee zijn burgers,  loopt een substantieel beleggingsrisico op de belastingclaim op het pensioenvermogen waarbij de onze schatkist afhankelijk is van het toezicht op de pensioenfondsen door DNB. Met de herinnering aan de bankencrisis 2008 in het geheugen is dat geen gerustellende gedachte. In 2022 werden we door de verliezen nogmaals gewaarschuwd. Opdoeking van de omkeerregel pensioenen en inning van de belastingclaim op pensioenvermogen met aflossing van de staatschuld is hèt middel om dat risico vergaand in te perken. Het overschot kan dan voor het AOW-fonds gebruikt worden. Daartoe hebben diverse auteurs voorstellen gedaan, die zich eenvoudig en snel laten implementeren. [6]
  • In de tabel en de grafiek ontbreekt de schuld die voorvloeit uit het ca 6,2% aandeel in de EU-schuld – zie § 3.5.
§3 Toelichting en kantekeningen
3.1. Pensioenvermogen

De omvang van het pensioenvermogen en het rendement op dat pensioenvermogen is in de bijdrage 2 Pensioenvermogen nader uiteengezet. De gegevens zijn ontleend aan de DNB statistieken en worden in belangrijke mate onttrokken aan het zicht in de CBS statistieken betreffende de overheidsschuld – zie deze bijdrage en de vermogens huishoudens ( zie bijdrage 3. Vermogen huishoudens). Of daarbij opzet in het spel is, valt niet na te gaan, maar in elk geval helpt het om het vermogen van de huishoudens en het vermogen van de staat aanzienlijk te laag, en daarmee onjuist voor te stellen.

3.2 Aandeel van de overheid in dat pensioenvermogen

De fiscaal ingegeven omkeerregel pensioenen maakt dat de pensioenpremie is vrijgesteld van box 1  (tarief incl. volksverzekeringpremies ca 52%) en dat de pensioenuitkering (= premie + rendement) wordt belast in box 1 tegen ca 35% door een lagere progressie en de vrijstelling AOW-premie. Het gevolg is een belasting en premiederving van ca 17%. [3] De pensioenpremie 2015-2024 bedroeg € 345 mld. en de belastingderving bedraagt dus ca € 58,6 mld. Samen met de HRA zorgen deze twee posten dus voor een aanmerkelijke vermindering van de belastingprogressie zoals die in de belastingtabellen wordt gepretendeerd.

Op het pensioenvermogen rust dus nog een belastingclaim van ca 35% zodat de deelnemers netto € 1.232,9 mld. als vermogen huishoudens toekomt. De staat heeft op dat pensioenvermogen 30/9/2025 dan een belastingclaim van €663,9 mld. Omdat de EMU-overheidsschuld door het CPB eind 2025 wordt geprognotiseerd  op € 532,2 mld kun je eigenlijk per saldo niet spreken van een overheidsschuld maar eerder van een fors actief.  Sinds 2006 heeft Nederland materieel geen overheidsschuld meer (zie grafiek 1). De overheidsschuld is dus materieel meer dan volledig belegd in de pensioenpot en heeft daar de afgelopen jaren m.u.z. het jaar 2022 (afname pensioenvermogen € -448,2 mld. (-21,4 %.) een zeer behoorlijk rendement opgeleverd.

Bovenstaande tariefcijfers zijn gebaseerd op en gedateerd artikel van Bas Jabobs. Als we de financiële positie met omkeerregel vergelijken met de financiële positie zonder pensioenregeling hebben we niet alleen te maken met uitstel en derving van box 1 belasting maar moeten we ook de  de indirecte belastingen nog in aanmerking nemen. De belastingclaim op het pensioenvermogen is dan immers nog aanzienlijk hoger.

Naast de belasting op het pensioenvermogen zijn er nog een aantal voordelen in het aanhouden van pensioenvermogen t.o.v. het buitenland die onder andere aan de orde komen als het CPB zijn periodieke houdbaarheidssommetjes maakt.

[a]  De komstige generatie profiteert van de indirecte belastingopbrengsten betaald uit de netto pensioenuitkeringen;

[b] Bij een toekomstige fiscalisering van de AOW neemt de belastingclaim op het pensioenvermogen aanzienlijk toe. Uiteraard gaat dit wel ten koste van de toekomstige indirecte belastingopbrengsten van de lagere netto pensioenuitkeringen. [7]

[c] Een (dreigende) greep  in de kas om het erf- en schenkingsrecht te verhogen maakt dat de huidige vermogensstatistieken een te rooskleuriger beeld geven van het vermogen huishoudens en dat de staat er nog beter voorstaat.

Al met al is de gehanteerde 35% belastingclaim op het pensioenvermogen dus een conservatief cijfer en moet men eerder aan ca 40% denken. De aanname van constante arrangementen is daarbij een vorm van wishful thinking, waar je bij je financiële planning niet vanuit kan gaan. Het zou helpen als het CPB zelf eens een betouwbare inschatting maakte van de belastingclaim op het pensioenvemogen. Het MvF kan dan zijn overheidsbalans op basis van dit cijfer aanpassen en de Nederlandse bevolking juist informeren over de toestand van Rijk’s financiën.

3.3 Opdoeken omkeerregel pensioenen

Er worden vaak theoretische bezwaren pour les besoins de la cause ingebracht tegen de activering van de belastingclaim in §3.3 omdat de gedragswijze om de belastingclaim op te voeren onvoldoende prudent zou zijn. Deze redenering valt eenvoudig te weerleggen door de omkeerregel pensioenen geheel op te doeken en te vervangen door een voorheffing van b.v. 30% bij het pensioenlichaam  van het hele pensioenvermogen en de toename, met een verrekening bij uitkering. De progressie bij uitkering blijft dan gehandhaaft. De staatsschuld kan dan met onmiddelijke ingang worden afgelost. Het surplus kan bij voorbeeld worden aangewend voor het AOW fonds.

3.4 The corrective arm of the Stability and Growth Pact

Het Groei en Stabiliteitspact gaat geheel voorbij aan de pensioensituatie van een land. Het is dan ook een grof schandaal dat Nederland in de afgelopen jaren werd lastig gevallen met de “corrective arm of the Stability and Growth Pact” en dat alleen omdat de EU-bobo’s geen balans konden lezen (b.v. Rehn) en onze respectievelijke regeringen deze stand van zaken niet over het voetlicht konden of eerder wilden brengen, want opzet is daarbij niet uit te sluiten.

Uit de OECD rapportage blijkt dat Nederland relatief een van de hoogste pensioenreserves heeft van de OECD-landen.[zie

noot 3]. Onze ambtenarenpensioenen zijn bij het ABP en PFZW afgefinancierd. Samen levert dat 30/9/2025 een pensioenvermogen van € 884,6 mld. op. Hiervan moet je dus netto nog eens 65% of € 510 mld. meetellen als je de vermogenspositie van de Nederlandse overheid wilt vergelijken met de andere EU-landen.

Een groei-en stabiliteitspact dat onvoldoende rekening houdt met de pensioensituatie in een land kan derhalve voor Nederland gevoeglijk de stortkoker in. Een minister van Finaniën die weer eens aankomt zetten met zgn. excessive deficicit procedures onder het SGP voor Nederland zou wegens vergaande incompetetie met onmiddellijke ingang een motie van wantrouwen aan zijn broek moeten krijgen en ophoepelen.

3.5 “Eurobonds”- aandeel Nederland.

Inmiddels heeft de EU ook een EU-schuld opgebouwd die eind 2024 € 875 mld. bedraagt. Het nederlandse aandeel wordt door DNB begroot op 6,2% of € 17,6 mld. [8] Gelukkig valt die schuld kennelijk buiten het SGP- procedure (The Stability and Growth Pact).

Het bedrag dat uitstaat eind 2024 en de interestlast die daarmee gemoeid is, houdt u hopelijk tegoed als de overheid zijn informatievoorziening op orde heeft. Dat kan wel even duren, maar het gaat in elk geval niet om de postzegelkas.[10] Over exacte financiële verplichtinen van de lidstaten wordt, al of niet opzettelijk, nogal schimmig gedaan.

___________________________________

[1] DNB Tabel 11.1 Vermogenscomponenten van Nederlandse huishoudens  In mijn persoonlijke archief heb ik de versie van maart 2016 bewaard, wetende dat de overheid alles wegmaakt. download  dnb vermogen huishoudens 2016 bewaren

De statistiek werd rond 2016 beéindigd omdat het CBS de vermogensstatistiek bij ging houden. Voor het pensioenvermogen maak ik altijd gebruik van de DNB statistieken – zie bijdrage 2 Pensioenvermogen, die superieur zijn aan de CBS cijfers.

[2] Mark Rutte neemt de staatsschuldbarometer in gebruik (16 september 2009):

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=xLH5PV-bTd8?feature=oembed]

  • De hilarische forecast van Rutte op 1:43 van de video : “Rentelast op termijn naar ruim € 30 mld.”:

In 2009 betaalde de staat € 13,2 mld. aan rente op de staatsschuld  (CPB) en de rentelast zou daarna nooit hoger uitkomen.  Ook stond hier in 2009 een rendement op de belastingclaim van € 31,6 mld. tegenover. In de periode 2007-2024 verdiende de staat netto € 213,5 mld. op zijn staatsschuld, zelfs na 2022. (tabel 1).

Kijk ook even naar deze oldtimer voor het track record van de VVD:

Sargasso, “Dossier Staatsschuld, begrotingstekort en politieke kleur”

https://sargasso.nl/dossiers/staatsschuld-begrotingstekort-en-p

Een permanenente gedragslijn werd ingezet:

Frans Leijnse, “Het einde van een tijdperk: hoe de VVD het landsbelang opzijschoof en de leugen liet regeren.

https://decorrespondent.nl/16151/het-einde-van-een-tijdperk-hoe-de-vvd-het-landsbelang-opzijschoof-en-de-leugen-liet-regeren/dfbde273-0f61-0446-15dc-e5fb22067140

[2a] CBS Statline, “Saldo en schuld; overheidssectoren”, Gewijzigd op: 24 december 2025, geraadpleegd 21 januari 2026.

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84118NED/table?ts=1766257074614

[2b] https://www.cpb.nl/system/files/cpbmedia/verzamelde-bijlagen-MEV-2026-16-september-2025_1.xlsx

[3] Het 35% belastingpercentage voor het bepalen van de belastingclaim op het pensioenvermogen is gebaseerd op een inmiddels tamelijke gedateerd artikel van Jacobs, bij gebrek aan beter. Van “onze” overheid krijgen we dit soort informatie überhaupt niet.

https://basjacobs.wordpress.com/2014/05/31/pensioenen-worden-gesubsidieerd-met-17-cent-per-gespaarde-euro/

In dit kader is het van belang om nog even kennis te nemen van CPB werkdocument 100 uit  1998:

“het tarief voor uitkeringen is met gemiddeld 25% een stuk lager dan het gemiddelde 45%-tarief voor de aftrekbare premies.  …. In de loop van de volgende eeuw gaan de uitkeringen dermate sterk stijgen dat de belastingen die hierover betaald gaan worden een substantiële bijdrage zullen leveren aan de financiering van de oplopende kosten voor de AOW en de gezondheidszorg.”

Ook de belastingdruk is in vergelijking met de analyse van Jacobs dus aanzienlijk toegenomen.  De bijdrage is zo substantieel dat de oudere generatie na 2006 geen staatsschuld meer achterlaat.

[4a] Hier valt de publicatie in de ramsj nog te verkrijgen:

This Time Is Different: Eight Centuries of Financial Folly, Princeton University Press, 2009.

https://www.deslegte.com/this-time-is-different-1781158/?utm_source=googlebase&utm_medium=cpc&utm_campaign=googlebase&gad_source=1&gad_campaignid=1406057982&gbraid=0AAAAADfnlcXDEFcRoYfm6IrEsNnb-xbeG&gclid=Cj0KCQiAprLLBhCMARIsAEDhdPfT_izQdVb4V04LougcPuv8skiR6zti0gQZrRy_A4a7JH-xt8COr1AaAn4fEALw_wcB

[4b] Hier ziet u waarom  die publicatie in de ramsj zelfs zijn geld nog niet waard is:

BBC news, “Reinhart, Rogoff… and Herndon: The student who caught out the profs”

https://www.bbc.com/news/magazine-22223190

[4c] Ook ons CPB besteedde uitgebreid aandacht aan deze publicatie in zijn CEP 2009

https://www.cpb.nl/publicatie/centraal-economisch-plan-2009, blz 14.

met een follow up ruim 4 jaar later

Klik om toegang te krijgen tot cep2013_kader_pag11.pdf

Ook ons CPB gaat dus nogal eens met de mode mee. Het zal duidelijk zijn dat de publicatie mogelijk wel folly was, maar in elk geval elke relevantie voor Nederland mist. Zonder staatsschuld zou onze economie als een tierelier moeten draaien en dat doet hij ook niet.

[5] IBO Vermogensverdeling Licht uit, spot aan: de vermogensverdeling , 1 juli 2022

Klik om toegang te krijgen tot IBO%20Vermogensverdeling%20rapport%20-v2.pdf , blz 24

Het pensioenvermogen (2020: € 1.561 mld.) wordt hier zo te zien bruto opgenomen , maar ook te laag (1//1/2020 € 1.801 mld.)

[6a] G Stigter, “Haal belastingen uit pensioenuitkering naar voren”, 3 oktober 2022

https://esb.nu/haal-belastingen-uit-pensioenuitkering-naar-voren/

{zie ook literatuurlijst, waarin medestander Joop Evers ontbreekt https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/bezuinig-miljarden-door-minder-schuld-aan-te-houden}

[6b] ESB, Aart Gerritsen, Vinzenz Siesemer, “Stop met het subsidiëren van pensioenvermogen”, 19 juni 2024

https://esb.nu/stop-met-het-subsidieren-van-pensioenvermogen/

[7] Flip de Kam, Jan Donders, “Grote inkomensgevolgen als 67-plussers AOW-premie moeten gaan betalen”,

Klik om toegang te krijgen tot 000-000_DondersdKam.pdf

[8] DNB, achtergrond Hoe groot is het nederlandse aandeel in de EU schuld?

https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/achtergrond-2025/hoe-groot-is-het-nederlandse-aandeel-in-de-eu-schuld/

“In de officiële nationale rekeningen wordt deze gezamenlijke EU-schuld niet meegenomen. Dat komt doordat de schuld economisch eigendom is van de EU, en niet van de afzonderlijke lidstaten. Lidstaten zijn echter wel samen verantwoordelijk voor deze schuld, en uiteindelijk zijn de nationale en de Europese belastingbetaler natuurlijk ook één en dezelfde persoon.”

“Hiermee willen we bijdragen aan een beter begrip van de totale schuldenlast van Nederland. Door het Nederlandse aandeel expliciet te benoemen, maken we duidelijk dat ook deze vorm van schuld relevant is.”

Volgens mij worden juridisch en economisch eigendom hier door elkaar gehaald. Ultimo zullen we in elke geval voor ons deel moeten dokken, inclusief de rente waarover DNB nogal schimmig doet. Ik heb ook geen zin om uit te zoeken waar en wanneer die last in de MN verschijnt.

[9] Antwoorden schriftelijk overleg Eerste Kamer bij de Miljoenennota 2026

Het aantal vragen over het groei- en stabiliteitspact is opmerkelijk. De vraag wat de relevantie voor Nederland is gezien de rooskleurige pensioensituatie werd niet gesteld.

https://open.overheid.nl/documenten/1736c6e4-c5f1-4e67-abf7-15298c447026/file

[10] Dit heb ik nog wel kunnen vinden:

“In a nutshell, loans can “increase the risks to future EU budgets,” the Luxembourg auditors note. Data at hand, over the past five years, the Commission has “significantly increased” bond issuance to finance large-scale programs such as SURE (for employment support) and NextGenerationEU (NGEU, the post-pandemic recovery program financed by the Recovery Fund). The result: by 2027, EU borrowing could exceed 900 billion euros, nearly 10 times the 2020 level before the post-pandemic recovery program.”

“Then comes the question of interest. Here, the report of the Court of Auditors continues, total expenditure for NextGenerationEU in the current budgetary period could exceed EUR 30 billion, “more than double the initial forecast by the European Commission (EUR 14.9 billion).” While for the 2028-2034 budget cycle, interest expenditure could reach almost EUR 74 billion. For this reason, to safeguard the sustainability of future EU budgets, “there will be a need to consider increasing burden from borrowing-related obligations”, the auditors emphasize, calling for “robust guarantees and the need to ensure sufficient resources for the implementation of EU programs.”

Court of Auditors: ‘EU in debt, loans will impact upcoming multi-year budgets’

3. Vermogen huishoudens

Geactualiseerd 26 februari 2026

Wie in Nederland wil weten hoeveel vermogen de huishoudens bezitten zal  moeten beginnen met ook het pensioenvermogen in aanmerking te nemen zoals dat in de bijdrage 2. Pensioenvermogen aan de hand van de DNB-statistieken werd bepaald. De belastingclaim op dat pensioenvermogen moeten we dan nog van het pensioenvermogen aftrekken en aan de overheid toerekenen. De verdeling van het pensioenvermogen hebben we ook in die bijdrage bepaald zodat we het beeld dat het CBS ons voorschotelde als volgt kan worden herzien naar de stand van 1 januari 2024 (meest recente gegevens). Het vermogencijfer 2024  is dus feitelijk het vermogen 2023, geheel volgens de CBS conventies.

1  Statistieken

Tabel 1 -Vermogen huishoudens 1/1/2024 in € mld. [2a]
(click op tebel om te vergroten}

Tabel 2 -Vermogen huishoudens 1/1/2015 – 1/1/2024 in € mld. [2a]
(click op tebel om te vergroten}

tabel 3 Inkomen uit vermogen 2015-2023 [2b]
(click op tebel om te vergroten}

2 Kanttekeningen bij de statistieken.

♠ Het prijsindexcijfer steeg van 1/1/2015 naar 1/1/2024 met 28,2% (2,8% p.j.)

♠ Aan het vermogen van de huurders (44% van de huishoudens; 9,2% van het vermogen) hoeven we dan verder geen aandacht te besteden. Tevens wordt duidelijk waarom de zogenaamde middenpartijen zo lang vasthouden aan de HRA: het geeft een mooie vaste kern in je kiezersbestand.[1]

♦ De CBS statistieken die de vermogens[2a] en het inkomen uit dat vermogen [2b] behandelen zijn in belangrijke mate ontleend aan de fiscale gegevens met door het CBS aangebrachte correctie WOZ-waarde voor een belangrijk deel van het onroerend goed. Die fiscale gegevens  kennen een aantal beperkingen die inherent zijn aan ons belasting-“stelsel” zo er al van een stelsel al sprake is.[3] Zo worden stille en geheime reserves aan het oog onttrokken. Het CBS is nogal spaarzaam met zijn toelichting en ook niet erg transparant over de beperkingen van zijn cijfermateriaal. Daarvoor moet je bij een aantal onderzoekers te rade b.v. [3;4]  het CBS laat het over het algemeen flink afweten en moest voor de jaren 2006-2012 het ab-vermogen fors bijstellen en had dus jaren zitten slapen.[7]

♠  Ruwweg 40% van alle particuliere vermogens is afkomstig afkomstig van erfenissen.[6] Dat betekent dat een deel van het CBS vermogen  zoals dat door het CBS wordt opgevoerd helemaal niet van de burgers is maar  bij overlijden/schenking linea directa in de schatkist verdwijnt. Als argument tegen de erf- en schenkbelasting wordt veelal b.v. door de VVD aangevoerd dat over het zelfde vermogen al eerder  belasting werd betaald “over inkomen, bezit, sparen en consumptie [?}”. Het vraagteken is door mij toegevoegd. Omgekeerd is dan de erfrechtbelasting over vermogen waar bij de vermogensvorming geen of nauwelijks belasting werd geheven juist zeer op zijn plaats. Men kan dan bij Jaobs [3] nalezen welke vermogenscomponenten dat zoal betreft. Voor die vermogenscomponenten zouden dan gedifferentieerde erfbelastingtarieven moeten worden gehanteerd. (b.v. eigen woning, aanmerkelijk belang  etc.). Het erfrecht wordt dan een correctie achteraf van de wetgever op zijn eigen belastingheffing door verbeterd inzicht. De redenering van de VVD zou dus hout snijden als het inkomen uit vermogen wel evenwichtig zou worden belast. Erfbelasting zou in dat geval leiden tot dubbele belasting en ten koste gaan van de contante waarde van de toekomstige belastingopbrengsten op dat inkomen uit vermogen. In het huidige politieke krachtenveld is de kans daarop uiterst gering.

♠  De fiscus verzamelt alleen gegevens voor zover die voor de belastingheffing relevant zijn.[8] Omdat de belastingdienst beleidsmatig en politiek gewenst een bordeel is en het CBS onvoldoende middelen ter beschikking krijgt (zie de beschamende Piketty discussie in de Tweede Kamer [8]) kan je moeilijk veel verwachten van diepgaande analyses door het CBS. Omdat de opeenvolgende kneuzen van staatsecretarissen van Financiën niet in staat waren om een evenwichtig belastingsysteem op te tuigen voor de inkomen uit vermogen zullen we het tot 1 januari 20.. met dit soort cijfers moeten doen en ook dan is het belastingsysteem in box 3 (en box 2) nog zeer onvolkomen. Het aantal belastingstudies dat sinds 2010 (Continuïteit en vernieuwing: een visie op het belastingstelsel) in een diepe bureaulade verdwenen is, valt nauwelijks te tellen. Dat komt natuurlijk omdat de politiek er belang bij heeft de belastinghervormingen op de lange baan te schuiven. De erbarmelijke toestand van Rijk’s belastingdienst is daarbij een welkom argument, waarbij die toestand ook weer door de politiek,  met een duidelijke visie,  zo lang mogelijk wordt gerekt.

♠ Het aandeel van het 10e vermogensdeciel daalt van 56,1% naar 44,3% door toevoeging van het pensioenvermogen (vergelijk 10e inkomensdeciel van 34,9% naar 32,2%). Het aandeel van het 1e t/m het 5e vermogensdeciel (50% van de huishoudens) stijgt van 2,3% naar 13,4% door toevoeging van het pensioenvermogen. Slechts 30% van het hoogste vermogensdeciel maakt ook deel uit van het hoogste inkomensdeciel. Dat komt onder meer doordat onder de 10% meest vermogenden het aandeel gepensioneerden hoger ligt. Deze mensen hebben wel vermogen opgebouwd over de tijd, maar ontvangen inmiddels geen hoog inkomen meer.[11]

Het CBS past de waardering van het onroerend goed binnen het ondernemingsvermogen en het aanmerkelijk belang vermogen aan naar de actuele WOZ-waarde. De WOZ-waarde heeft altijd betrekking op 1 januari een jaar eerder, met behulp van de prijsontwikkeling van bestaande koopwoningen wordt deze omgerekend naar het huidige statistiekjaar.[2]   De waarde van het overige onroerend goed wordt bepaald aan de hand van de aangifte (niet de WOZ-waarde) en is daarmee te laag (2019 ca. € 40 mld. te laag). [6]  Daar waar sprake is van een hogere CBS waardering dan de fiscale waardering, wordt zo te zien ten onrechte geen rekening gehouden met een eventuele belastinglatenties. (VpB, box 2 en 3). Ook in box 3 wordt nu het forfaitaire systeem wordt verlaten belasting verschuldigd over de CBS-opwaardering naar WOZ-waarde. De hele vermogensstatistiek wordt daarmee een zootje en het CBS zou daar eerst eens een behoorlijk inzicht in moeten geven.

De politieke wil om de hoogte van het werkelijke vermogen te weten is niet sterk ontwikkeld en dat geldt ook voor de zogenaamde tax gap, die b.v. jaarlijks in de UK wordt gerapporteerd. (De tax gap is het verschil tussen wat er in theorie aan belastingen binnen zou moeten komen en het bedrag aan belastingen dat daadwerkelijk binnenkomt.) [8] Rapportage daarvan zou een onaanvaardbare belasting van de belastingdienst zijn, die zijn  werk toch al niet aan kan. Bovendien geldt : “Wat niet weet, wat niet deert”.  Een motivering voor een flinke verhoging van het erf- en schenkingsrecht zou kunnen zijn dat die belasting een correctie is op ons belasting-“stelsel” van de onbelast gelaten vermogenstoename, maar daarvoor zou je wel goede argumenten moeten aandragen en dus de cijfers moeten kennnen.

♠  Eigen woning

De prijs van een gemiddelde eigen woning steeg van 1/1/2015 naar 1/1/2024 van €247.800 naar €471.500 (+90,3%; 7,4% p.j.) in de vermogenssttistiek. Voor een verkooprijs van een bestaande woning waren de cijfers respectievelijk  € 230.194; € 450.985 en (+95,9%; 7,8% p.j.). Die waarde wordt voor een onbekend bedrag geflatteerd door de HRA-faciliteiten en de jubelton die de koopprijs van de woningen onnodig opdrijven. Het mag ook opmerkelijk genoemd worden dat het inkomen eigen woning 2023 volgens het CBS  € 36,9 mld. bedraagt t.o.v. een hypotheekrente van € 21,6 mld. Dat terwijl de hypotheek/vermogen EW ratio in 2023 36,8% bedraagt zodat je alleen voor de rentedekking 21,6/0,368 of 58,6 mld. kunt aftikken. De onderhoudskosten zullen ongetwijfeld tegen de waardestijging opwegen. In tabel 3 draaien we de aftrek hypotheerente terug om het besteedbaar inkomen te verhogen. Het is fijn dat het CBS met de EW-bezitter meedenkt, maar tenslotte moet de huurder de huur wèl uit zijn besteedbaar inkomen betalen. Er is veel gedoe over het eventueeel feaseerd opdoeken van de HRA. Die HRA is echter het probleem niet: het probleem is eerder de lage fiscale bijtelling van het eigenwoningforfait en het clietisme van de wet Hillen. Ook de inkomensverdeling wordt vertekend omdat het CBS veel te weinig inkomen uit EW-vermogen toerekend.

♠  Aanmerkelijk belang

Het ab-vermogen wordt gewaardeerd op basis van zichtbaar eigen vermogen zoals dat in de aangifte wordt opvoerd, waarbij het onroerengoed door het CBS op WOZ-waarde wordt gewaardeerd zonder rekening te houden met de belastinglatentie. Op het ab-vermogen rust nog een belastingclaim voorzover de ingehouden winst later tot uitkering komt. Uit analyse van het ministerie van Financiën blijkt immers dat gemiddeld genomen jaarlijks ruwweg 70% tot 75% van de jaarlijkse winst wordt ingehouden.[10]. De top 1% bezit 75% van het totale aanmerkelijke belang in Nederland [10] en de omvang van dat vermogen wordt habitueel flink onderschat.[4] Meten is weten maar de politieke wil om dat te meten is niet sterk ontwikkeld.[7] Het inkomen ab-vermogen is afhankelijk van de neiging van de AB-aandeelhouder om zijn genoten inkomen uit te keren. Als het tuigage van zijn zeiljacht aan vervanging toe is zal het inkomen van der AB-houder hoger zijn, als de MvF weer eens een prettarief in box 2 invoert om de schatkist te spekken, ook. Met het werkelijk inkomen uit vermogen hebben de CBS cijfers weinig uitstaande te meer daar je, met beperkingen, ook kunt lenen bij je ab-vennootschap.

♠  Netto pensioenvermogen [9]

De gegevens over het pensioenvermogenzijn ontleend aan de bijdrage 2 Pensioenvermogen.

Het netto pensioenvermogen bedraagt 42,4% van het CBS vermogen huishoudens per 1/1/2024 en moet je dus wel meetellen. Het 10e vermogensdeciel en de eigenwoning bezitters bezitten respectievelijk 56,1% en 94,7% van het CBS vermogen huishoudens en respectievelijk 11,8% en 81,3% van het pensioenvermogen. De inkomensverdeling wordt dus met toevoeging van het pensioenvermogen wat gelijkmatiger maar niet al te veel. [zie ook 7 blz. 30] Het 56,1% aandeel voor het 10e vermogensdeciel is ronduit misleidend als je het pensioenvermogen niet in aanmerking neemt. Het CBS zelf komt op een daling van 11% aandeel in 2011, in tabel 1 kom ik op 11,8%.[10]

De afname in het pensioenvermogen in 2022 bedroeg -21,4% door de stijging van de rente en de oorlog in de Oekraïne.

De verdeling van het pensioenvermogen is gebaseerd op de betaalde pensioenpremie 2011-2023 onder de aanname dat die verdeling overeenkomt met de verdeling van het pensioenvermogen. Met de belastingprogressie in box 1 is dus geen rekening gehouden.  De overheid zou betere cijfers kunnen opleveren, maar doet dit niet. Hetzelfde geld voor het gehanteerde belastingtarief.

Voor de periode 2015-2023 bedroeg het netto rendement op het pensioenvermogen gemiddeld 9,6% van het besteedbaar inkomen. Uiteraard komt dit opgerente rendement pas beschikbaar op het moment dat het pensioen tot uitkering komt. Wel kan de pensioendeelnemer tijdens zijn werkzaam leven meer besteden omdat hij minder voor zijn oude dag hoeft te sparen. Er wordt vaak geklaagd over het rendement op het pensioenvermogen. In de periode 2015 t/m 2023 bedroeg dat rendement op het pensioenvermogen deelnemers cumultatief bruto € 476 mld. Het inkomen uit het CBS vermogen huishoudens bedroeg in dezelfde periode cumulatief  504. mld. op een relatief hoger vermogen, waarbij ik meer vertrouwen heb in het rendement pensioenvermogen cijfer. De pensioenrendementen flucturen aanzienlijk, maar dat komt omdat de indirecte beleggingsopbrengsten wel worden meegenomen en omdat het rendement pensioenvermogen meer afhankelijk is van de rente-ontwikkeling. Het inkomen uit vermogen van het CBS is mede gelijkmatiger over de jaren verdeeld omdat dat cijfer vergaand onvolledig is.  Hoeveel de GAP is, moet u maar aan het CBS vragen, want die hebben wel toegang tot de data zo zij dat al zouden willen weten.

N.B. Het CPB telde het pensioenvermogen al in 2018 mee in hun vermogenscijfer. [12a]

4 Belasting op vermogen

♦ Het vermogen en inkomen uit vermogen wordt belast in box 1 (EW), box 2 (AB-vermogen), en Box 3 (particulier vermogen excl. EW) Als het vermogen nog niet ter vrije beschikking staat maar daar nog (latente) belasting van moet worden afgetrokken zal daar met de waardering rekening mee gehouden moeten worden zoals dat b.v. voor pensioenvermogen al door mij is gedaan.

Voor de box 3 historie verwijs ik naar de Notitie Van Kavelaars. [14] De toekomst van box 3 is nog zeer onzeker maar vermoedelijk wordt de forfaitaire systematiek geheel verlaten zodat elke herwaardering van het vermogen  t.o.v. de fiscale waardering door het CBS  leidt tot een belastinglatentie en deze latentie verlaagt de waarde van het vermogen huishoudens. Er is geen informatie beschikbaar over de hoogte die herwaarderingen.

Over het rendement op het pensioenvermogen wordt bij uitkering van de pensioenen belasting afgedragen in box 1. Bij storting van de pensioenpremie vindt aftrek in box 1 plaats. Door het tariefsverschil (progressie en AOW-premie vindt een belastingderving van ca 17% van de pensioenpremie plaats. [zie 1 Pensioenvermogen]

Het aanmerkelijk belang vermogen bestaat uit kapitaal en ingehouden winst. Over de ingehouden winst moet bij uitkering nog  belasting in box 2 betaald worden.

Ook het erfrecht en schenkingsrecht leidt tot een belastingschuld waar door het CBS in het geheel geen rekening wordt gehouden. Het vermogen huishoudens wordt daarmee te hoog voorsteld omdat de volle waarde nooit op de bankrekening van de huishoudens zal verschijnen.

De Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is een fiscale regeling die het mogelijk maakt om een onderneming bij schenking of erfenis (deels) vrijgesteld van belasting over te dragen, mits de onderneming wordt voortgezet. Dat geldt ook voor uitgestelde winst die gestald wordt. Het voorkomt dat hoge erf- of schenkbelasting de continuïteit van familiebedrijven in gevaar brengt. Daarmee wordt deze groep overdadig bevoordeeld ten opzichte van andere privéhuishoudens. [10 blz. 8] Die continuiteit van de familiebedrijven wordt natuurlijk niet in gevaar gebracht door privéleningen op te nemen om de winstuitkering en daarmee belasting in box 2 uit te stellen.

Veel fiscalisten stellen dat met het tarief van 36% VRH rekening wordt gehouden met inflatie. Nu ben ik tijdens mijn werkzaam leven weinig fiscalisten tegengekomen die wel konden rekenen hetgeen mag blijken uit onderstaande opstelling voor het rendement op banktegoeden voor de periode 2011-2024:

Die ontvangen interest heb ik maar niet gecorrigeerd voor inflatie, hoewel die 31/12 natuurlijk ook minder waard is. In 2022 begon de belastingdienst met 0% rendement toe te rekenen aan bank- en spaartegoeden. N.B. Ik heb dit staatje alleen gemaakt voor interest banktegoeden. De inkomen uit vermogen cijfers voor de andere vermogenscomponenenten zijn daarvoor te onbetrouwaar.

Als er in 2009 een staatscommissie in het leven was geroepen om de belasting op vermogen te hervormen zodat het inkomen uit vermogen evenwichtig werd belast, rekening houdend met de inflatie dan was een hoop ellende voorkomen. De belastingdienst had dan niet een belangrijk deel van zijn tijd hoeven te besteden aan reparatiewetgeving en de schatkist had er stukken beter voorgestaan. Als we één partij mogen aanwijzen die hier grotendeels verantwoordelijk voor is dan is dat toch wel de VVD. Heinen moet er [15] nog maar eens op nalezen voor hij weer gaat knutselen aan box 3, voorlopig heeft de minderheidscoalitie er ook weer weinig van gebakken, wat gezien het trackrecord van de drie coalitiepartijen overigens niet hoeft te verbazen.

_____________________________________________________

[1] Karl Marx: „Es ist nicht das Bewußtsein der Menschen, das ihr Sein, sondern umgekehrt ihr gesellschaftliches Sein, das ihr Bewußtsein bestimmt.“

Vorwort zur Kritik der politischen Ökonomie, Marx-Engels-Werke (MEW) 13:9

[2a]  CBS, “Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensbestanddelen”, laatst bijgewerkt 3 november 2023, laatst geraapleegd 21 januari 2026.

https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/83834NED/table

De kantekeningen bij deze cijfers worden niet echt op een presenteerblaadje aangeboden. De onderzoeksmethode van deze tabel is te vinden in de onderzoeksbeschrijving Integraal inkomens- en vermogensonderzoek.

[2b] Inkomen van huishoudens; inkomensbestanddelen, huishoudenskenmerken

[3] Bas Jacobs, “Volgend kabinet moet de belasting op vermogensinkomsten, vermogen en erfenissen pragmatisch hervormen”, juli 28 2025

https://esb.nu/volgend-kabinet-moet-de-belasting-op-vermogensinkomsten-vermogen-en-erfenissen-pragmatisch-hervormen/

[4] Simon Toussaint, Bas van Bavel, Wiemer Salverda en Coen Teulings,  “Nederlandse vermogens schever verdeeld dan gedacht”

https://www.coenteulings.com/wp-content/uploads/2020/07/Vermogensverdeling-ESB.pdf

voor ab-vermogen zie ook https://www.uu.nl/nieuws/vermogensconcentratie-meten-en-weten

en b.v. https://www.trouw.nl/cs-b8178078/ , naar aanleiding van de promotie van Simon Toussaint.

[5] Uit het archief van de man (Weekers), die niet achter elke boom een belastinginspecteur kon zetten.

Directoraat Generaal Belastingdienst , minute – ABVA-KABO enquête

https://informatiepuntkinderopvangtoeslag.rijksoverheid.nl/publicaties/1c7c3c9323d021aa01d132fe74d3f5c4/stuk-00026-120-20130510-reactie-op-rapport-abvakabo-en-motie-van-het-lid-omtzigt-over-windhapperspdf.pdf

[6] Paul de Beer, Jelle van der Meer, Janneke Plantenga en Wiemer Salverda, Voor wie is de erfenis? Over vrijheid, gelijkheid en familiegevoel. 2018, blz. 9.

[7] CBS, Noortje Pouwels-Urling, “Herziening van de Vermogensstatistiek 2006“, 21-4-2021

In deze publicatie worden de “verbetering in de waarneming” lees correctie van het cijfermateriaal voor met name het ab-vermogen voor de periode 2006-2012 (sic) toegelicht. ” In 2019 bedraagt het verschil in het (totale) vermogen ongeveer 132 miljard euro. Dit is bijna 9 procent meer dan volgens het oude cijfer” en die coorectie is met name aan het 10e vermogensdeciel toe te rekenen.

https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/discussion-papers/2021/herziening-van-de-vermogensstatistiek-2006/3-uitkomsten

Had men even kritisch naar de cijferreeks (ab-vermogen vs. – ab inkomen uit vermogen, dan was zo opgevallen dat er something rotten was met die CBS-cijfers, maar het CBS/MvF had daar jaren voor nodig en toen men de ab-vermogenscijfers eindelijk corrigeerde,  had dit blijkbaar geen effect op het inkomen uit ab-vermogen

[8] Nr. 23 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG, Vastgesteld 26 februari 2015.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34000-IX-23.html

[9] Als “onze overheid” de link weer niet wegmaakt:

BIJLAGE 16 – Infographic vermogen en vermogensverdeling (CBS)

https://www.tweedekamer.nl/downloads/document%3Fid%3D2022D30549&usg=AOvVaw3hn4uczo1v-i39sWLaDc8O

Dat het CBS in de Infograhic tussen () staat, slaat natuurlijk helemaal nergens op: het CBS rekent het pensioenvermogen (hier € 1.561 mld.) nadrukkelijk niet tot het vermogen huishoudens.

Voor 2020 kan de “aansluiting” tussen mijn cijfers in tabel 2 en de Infographic als volgt worden gemaakt:

De cijfers wijken gering af vermoedelijk door een andere raadpleegdatum m.u.z. van het pensioenvermogen, waarbij mijn cijfers toch echt aan de DNB-cijfers zijn ontleend waarbij uiteraard rekening wordt gehouden met de belastingclaim op het pensioenvermogen. (voor bron zie bijdrage 2 Pensioenvermogen). Vermoedelijk neemt het MvF alleen het pensioenvermogen van de pensioenfondsen mee. Het pensioenvermogen van € 1.561 mld. is bruto, maar toch te laag.

[10] Licht uit, spot aan: de vermogensverdeling – IBO Vermogensverdeling, blz. 60.

https://www.rijksfinancien.nl/sites/default/files/extrainfo/ibos/IBO%20Vermogensverdeling%20rapport%20-v2.pdf

[11] CPB, “De lange weg naar de top: vermogensmobiliteit in Nederland”, augustus 2024.

https://www.cpb.nl/system/files/cpbmedia/omnidownload/CPB-Publicatie-de-lange-weg-naar-de-top-vermogensmobiliteit-in-nederland.pdf

[12a] CPB, De verscheidenheid van vermogens van huishoudens, maart 2018.

https://www.cpb.nl/publicatie/de-verscheidenheid-van-vermogens-van-huishoudens

Zelfs na de update kan het CPB zich permiteren om titel noch jota te zeggen over het aanmerkelijk belang vermogen. Wel wordt het pensioenvermogen meegenomen op basis van de CBS aanspraken statistiek en dat al in 2018!

[12b] CPB, De verscheidenheid van vermogens van Nederlandse huishoudens: update, mei 2021.

Klik om toegang te krijgen tot CPB-Achtergronddocument-verscheidenheid-vermogens-Nederlandse-huishoudens-update.pdf

[13] CBS, “Vermogensverschil tussen huishoudens kleiner bij meetellen pensioenopbouw”, 28-6-2023